Overslaan en naar de inhoud gaan

Beweegzorg 50+

Duidelijke zorgpaden rondom beweegzorg helpen vijftigplussers met gewrichtsklachten sneller en effectiever. Hierbij ligt de focus op preventie en behandeling dicht bij huis. Gestandaardiseerde zorgpaden voor artrose, fractuurpreventie en valpreventie zorgen voor betere behandelingen in de eerste lijn en minder belasting voor ziekenhuizen.

Hieronder zie je de veranderingen waar we aan werken en de fase waarin deze zitten. De fasering is als volgt: initiatie – onderzoek – pilot – opschaling.

Veranderingen waaraan we werken

  • Artrose stap voor stap – pilot

    Situatie
    Artrose is na nek- en rugklachten de meest voorkomende klacht binnen de huisartspraktijk. Het is de snelst groeiende aandoening waarbij de verwachting is dat in 2050 meer dan 3 miljoen mensen deze aandoening zullen hebben in Nederland.

    Verandering
    Stepped care bij artrose is een stapsgewijze aanpak waarbij de behandeling begint met de minst ingrijpende zorg, zoals voorlichting en oefentherapie. Pas als dat onvoldoende resultaat geeft, wordt er opgeschaald naar een volgende stap met meer intensievere behandelingen. De stepped-care benadering vervangt de huidige versnipperde aanpak van artrose in de regio. In plaats van directe verwijzingen naar de tweede lijn of beeldvorming zonder duidelijke indicatie, worden patiënten stapsgewijs behandeld volgens een vaste volgorde. Huisartsen, fysiotherapeuten en orthopeden volgen hiermee een uniformer en onderbouwd traject, gericht op zelfmanagement, actieve leefstijl en passende zorg op de juiste plek.

    Pilot
    De pilot Artrose stap voor stap vindt plaats in de vorm van een scholingsavond binnen het samenwerkingsverband MediBilt in De Bilt en Bilthoven. Bij deze scholing worden de huisartsen, fysiotherapeuten en beweegcoaches geschoold over het zorgpadStepped care artrose en de bijbehorende samenwerkingsafspraken. De scholing vindt plaats op 26 mei 2026 en wordt gegeven door de kaderhuisartsen Beweegzorg, een fysiotherapeut en orthopeed. Na vier maanden wordt bepaald of deze werkwijze regionaal wordt ingezet en leidt tot een nieuwe werkwijze.
     

    Product owner
    André de Vries, kaderhuisarts bewegingsapparaat, RegiozorgNU

    Scrummaster
    Fransien Verdonk, RegiozorgNU

    Teamleden
    Paul Sival (kaderhuisarts, Sterkz.org), Leonie de Bree (fysiotherapeut, UNICUM Huisartsenzorg), Doremiek Verdijk (huisarts, UNICUM Huisartsenzorg), Bas Dirkse (fysiotherapeut, Sterkz.org).

  • De Jichtlijn – pilot

    Huidige situatie
    Patiënten met jichtklachten worden meestal in de eerste lijn behandeld. De huisarts stelt de diagnose met behulp van de richtlijn uit de NHG-standaard jicht op basis van anamnese, lichamelijk onderzoek en aangeboren aanleg. Een onderdeel van de behandeling kan het instellen op urinezuurverlagende medicatie zijn. Wanneer de behandeling in de eerste lijn niet goed (meer) lukt, ontstaat er soms twijfel over de diagnose jicht en wordt de patiënt verwezen naar de reumatoloog in de tweede lijn. De patiënt wordt in het ziekenhuis gediagnosticeerd door een punctie waarmee microscopisch aangetoond kan worden dat er urinezuurkristallen aanwezig zijn in het gewrichtsvocht. Vervolgens wordt de patiënt ingesteld op urinezuurverlagende medicatie. Deze diagnose- en vervolgens medicatie-instelling vinden in zijn geheel plaats in de tweede lijn, uitgevoerd door de reumatoloog en ook deels de specialistisch verpleegkundige (in het St. Antonius). Het instellen op de medicatie bestaat uit 5-8 herhaalconsulten, afhankelijk van de te bereiken dosering en/of bijwerkingen. Dit verschilt per patiënt.

    Verandering
    De Jichtlijn zet in op meer regie over chronische jichtzorg voor de huisarts en efficiëntere inzet van reumatologische capaciteit. Tijdens deze pilot komt er in ZorgDomein een nieuwe verwijsmogelijkheid beschikbaar bij de afdeling Reumatologie van het St. Antonius Ziekenhuis.  

    De patiënt gaat voor een eenmalig diagnostisch consult naar de reumatoloog en krijgt daar ook de eerste toediening van de urinezuurverlagende medicatie. Indien nodig volgt hierop nog één tot twee keer een telefonisch consult om uitslagen te bespreken. De huisarts zorgt voor verdere instelling op de onderhoudsmedicatie en kan laagdrempelig contact opnemen met de reumatoloog voor een meedenkadvies met maximaal twee weken wachttijd (nieuwe ZorgDomeinoptie). Patiënten met moeilijk te behandelen jicht of twijfel over de diagnose kunnen hiermee sneller gezien worden voor diagnostiek en worden anders dan voorheen eerder terugverwezen. Bij bevestiging van de diagnose start de reumatoloog de eerste behandeling en ontvangt de huisarts een duidelijk behandeladvies voor verdere instelling en follow-up in de huisartsenpraktijk (passend bij de NHG-standaard).  

    Beoogd effect

    • Patiënt: minder ziekenhuisbezoeken en zorg dichter bij huis.
    • Huisarts: meer regie op chronische jichtzorg. Duidelijke samenwerkingsafspraken.
    • Tweede lijn: efficiëntere inzet van reumatologische capaciteit. Kortere wachttijd voor jichtpatiënten. 

    Pilot
    De pilot is in mei 2026 gestart (aanpassing in ZorgDomein per juni), duurt vijf maanden en vindt plaats in St. Antonius Ziekenhuis. Hiervoor is een werkafspraak opgesteld met een duidelijk advies met titreerschema en streefwaardes voor in de huisartspraktijk. Getoetst wordt of deze afspraak praktisch uitvoerbaar is in de huisartspraktijk, of er draagvlak is en of dit leidt tot minder herhaalconsulten in de tweede lijn. Bij positieve resultaten zal ook het Diakonnessenhuis deze werkafspraak en de aanpassing inZorgDomein toepassen.

    Product owner 
    Marieke Herenius, reumatoloog, St. Antonius Ziekenhuis

    Scrummaster 
    Fransien Verdonk, RegiozorgNU

    Teamleden
    Wouter Schuurman (huisarts, RegiozorgNU), Anne Aarts (reumatoloog Diakonessenhuis). 

Mogelijke veranderingen

Nader te bepalen

Veranderingen die zijn gestopt

  • Beeldvorming en digitaal advies

  • Expertise spreekuur

Contact

Medisch coördinator
Lodewijk van Rhijn – hoogleraar en afdelingshoofd Orthopedie (UMC Utrecht)

Projectleider / contact
Fransien Verdonk – RegiozorgNu
Stuur e-mail

Transmurale zorgpaden

Lees verder

Slaapproblemen kinderen en volwassenen

Eerstelijnszorg biedt met betere diagnostiek en begeleiding oplossingen voor slaapproblemen, terwijl complexe gevallen snel kunnen worden doorverwezen. Een focus op vroegtijdige interventie door middel van verschillende initiatieven zorgt voor betere slaap in de regio.

Hieronder zie je de veranderingen waar we aan werken en de fase waarin deze zitten. De fasering is als volgt: initiatie – onderzoek – pilot – opschaling.

Veranderingen waaraan we werken

  • Integrale gezinspoli – Huilen in de juiste richting, 2 delen – opschaling/pilot

    Huidige situatie
    Ongeveer 55% van de Nederlandse moeders is niet tevreden over de zorg voor excessief huilende baby’s. Ouders voelen zich onvoldoende serieus genomen en ervaren weinig afstemming tussen JGZ en huisarts. Hierdoor worden zij vaak van het kastje naar de muur gestuurd en krijgen zij uiteenlopende adviezen en interventies. Door stress bij ouders en beperkte kennis bij zorgverleners treedt regelmatig medicalisatie op, zoals het voorschrijven van refluxmedicatie, speciale voeding of ziekenhuisopname ter ontlasting van gezinsstress. Van de jaarlijks circa 20.000 excessief huilende Nederlandse baby’s heeft minder dan 5% een medische oorzaak, terwijl toch jaarlijks ruim 700 baby’s worden opgenomen.

    Verandering
    Er komt een uniforme, regionaal gedragen en bekende aanpak voor huilbaby’s: ouders die zorgen hebben over hun excessief huilende baby komen bij de JGZ of huisarts terecht. JGZ is regiehouder, wat betekent dat de huisarts verwijst naar de JGZ, tenzij er alarmerende symptomen/signalen zijn bij de baby. Bij de JGZ krijgen ouders volgens de recente richtlijnen troosttechniek voor de huilende baby (de 5S-troostmethode). Daarnaast hebben ouders toegang tot regionaal goed vindbare en geüniformeerde informatie. Bij aanhoudende zorgen, stress of verdenking van een medische oorzaak, kan de huilbaby laagdrempelig worden doorverwezen naar de Advanced Baby Care (ABC)-poli in het St. Antonius of Diakonessenhuis, waar de baby somatisch wordt beoordeeld. Bij zorgen vanuit de kinderartsen op de ABC-poli kan een second opinion in het WZK worden aangevraagd.

    Beoogd effect
    Ouders weten beter wat ze zelfstandig kunnen doen en hebben meer vertrouwen in de omgang met hun huilbaby. Hierdoor wordt een reductie verwacht in aantal excessief huilende baby’s dat bij zorgverleners komt. Daarnaast kan bij aanhoudende zorgen of stress van de ouder laagdrempelig worden doorverwezen naar een ABC-poli, waar een huilbaby preventief vroegtijdig kan worden onderzocht. Hiermee wordt een vermindering in opnames en ligdagen verwacht.

    Opschaling deel A
    De verandering bestaat uit twee onderdelen. Deel A, waarin de JGZ wordt geschoold in de troostmethode, bevindt zich in de opschalingsfase. Zodra deze werkwijze is geïmplementeerd en de benodigde expertise binnen de JGZ beschikbaar is, start deel B: de inrichting van de regionale werkwijze binnen de huisartsenpraktijken.

    Pilot deel B
    Met een nulmeting wordt in kaart gebracht in hoeverre huisartsen bekend zijn met de werkwijze. Vervolgens wordt de regionale werkwijze verspreid en vindt na drie maanden een hermeting plaats. Zo wordt inzichtelijk of huisartsen de werkwijze kennen, toepassen en of dit leidt tot een verandering in de dagelijkse praktijk.

    De pilot wordt uitgevoerd bij huisartsen die zijn aangesloten bij de RHO’s SterkZorg, RegioZorgNu en UNICUM. De start staat gepland voor november, nadat de scholing binnen de JGZ is afgerond.

    Product owner
    Ineke de Kruijff, kinderarts, St. Antonius Ziekenhuis

    Scrummaster
    Tijn Stolk, Allegro Medical

    Teamlid
    Laura van der Neut (Verpleegkundig specialist Neonatologie, St. Antonius), Marie-Louise van Doorn (JGZ Utrecht Stad), vacant (iemand van JGZ regio Utrecht).

  • Diagnostiek slaapproblemen – pilot

    Huidige situatie
    Huisartsen gebruiken geen uniforme werkwijze voor het diagnostiseren van patiënten met slaapproblematiek. Er ontbreekt kennis en er zijn weinig handvatten om goed te diagnostiseren. Om deze reden wordt er gemakkelijk doorverwezen naar de somnoloog in de tweede lijn.

    Verandering
    Deze interventie gaat over het stellen van diagnoses rondom slaapproblematiek in de eerste lijn. De werkwijze voor het stellen van een diagnose bij patiënten met slaapproblematiek is daarna als volgt: de patiënt vult de online HSDQ-vragenlijst in en houdt gedurende een week een slaapdagboek bij. Het resultaat van de HSDQ-vragenlijst zal een diagnose suggereren. Deze diagnose zal door de huisarts bevestigd moeten worden. Het slaapdagboek heeft hierbij een ondersteunende rol. Alleen bij twijfel wordt een expert-huisarts geraadpleegd als deze aanwezig is in de regio. Als de expert-huisarts geen uitsluitsel kan geven, kan er een meedenkadvies bij de somnoloog worden aangevraagd. Bij blijvende onduidelijkheid, volgt een fysieke verwijzing naar de slaappoli.

    Hoewel de NHG-standaard geen expliciete aanbeveling doet over het gebruik van vragenlijsten bij de diagnostiek van slaapstoornissen, sluit de HSDQ inhoudelijk goed aan bij de aanbevolen uitgebreide anamnese: de vragen uit de HSDQ ondersteunen het vervolgconsult door gestructureerd inzicht te geven in dezelfde aspecten die de NHG-standaard adviseert uit te vragen.

    Beoogd effect
    Minder verwijzingen naar de tweede lijn voor diagnostiek rondom slaapproblematiek.

    Pilots
    Er worden twee samenhangende pilots uitgevoerd: één voor de diagnostiek van insomnie en één voor de behandeling. De pilot voor diagnostiek start zodra uit de externe pilot blijkt dat behandeling met slaaprestrictie binnen de huisartsenpraktijk uitvoerbaar is.

    Pilot diagnostiek
    De pilot wordt uitgevoerd in huisartsenpraktijken in IJsselstein. Huisartsen en POH-GGZ’s volgen een scholing waarin de nieuwe diagnostische werkwijze centraal staat. Hierbij leren zij werken met de HSDQ-vragenlijst, het slaapdagboek en de interpretatie van de uitkomsten. Ook wordt aandacht besteed aan de bijbehorende eerstelijnsbehandeling.

    Gedurende drie maanden wordt gevolgd in hoeverre de nieuwe werkwijze in de praktijk wordt toegepast. Na afloop wordt de pilot geëvalueerd en onderzocht of diagnostiek van insomnie vaker plaatsvindt en vaker leidt tot passende zorg.

    Pilot behandeling
    Als tijdens de diagnostiek insomnie wordt vastgesteld, start het tweede deel van de pilot. De behandeling vindt plaats binnen de eigen huisartsenpraktijk volgens de NHG-richtlijnen en maakt gebruik van de slaaprestrictiemethode.

    Tijdens de pilot wordt bijgehouden hoe vaak slaaprestrictie wordt ingezet, welke zorgverlener de behandeling uitvoert en hoe patiënten de behandeling ervaren. Daarnaast wordt onderzocht of de verkorte scholing voldoende handvatten biedt voor huisartsen en POH-GGZ’s om deze behandeling zelfstandig uit te voeren.

    Deze pilot sluit aan op de al lopende externe pilot naar de inzet van een POH-Slaap. De resultaten geven aanvullend inzicht in de haalbaarheid van taakverbreding binnen de huisartsenpraktijk en de praktische uitvoerbaarheid van de nieuwe werkwijze voor diagnostiek en behandeling van insomnie.

    Product owner 
    Bart van Pinxteren, huisarts, Sterkz.org

    Scrummaster
    Tijn Stolk, Allegro Medical

    Teamleden
    Stéphanie van Emmerik (stadscoördinator, Sterkz.org), Ron Plooij (Consulent GGZ, UNICUM), vacant (huisarts, UNICUM)

  • Behandeling insomnie – onderzoek

    Huidige situatie
    De huisarts heeft niet genoeg kennis en handvaten om een insomniepatiënt te behandelen. De behandelopties in de eerste lijn zijn te beperkt waardoor de patiënt wordt doorverwezen naar de tweede lijn.

    Verandering
    Patiënten waarbij de diagnose insomnie is gesteld worden door de huisarts verwezen naar de POH-GGZ die gespecialiseerd is in slaap (ofwel: POH-slaap). Hier ontvangt de patiënt de behandeling slaaprestrictie op afstand en wordt de patiënt gevraagd een slaapdagboek bij te houden. Als een gewenst behandeleffect uitblijft, volgt digitale slaapzorg (iSleep) en/of groepstherapie slaap in de wijk. Als dan nog steeds een gewenst behandeleffect uitblijft, wordt de patiënt verwezen naar de tweede lijn.

    Beoogd effect
    Insomniepatiënten kunnen beter behandeld worden in de eerste lijn en hoeven niet doorverwezen te worden naar de tweede lijn.

    NB: Deze verandering omvat een lopende externe pilot bij Sterkz.org. Een centrale POH-slaap biedt hierbij slaaprestrictie op afstand aan patiënten uit meerdere aangesloten praktijken. De eerste resultaten zijn veelbelovend. 

    Product owner
    Bart van Pinxteren, huisarts, Sterkz.org

    Scrummaster
    Tijn Stolk, Allegro Medical

    Teamleden
    Stéphanie van Emmerik (stadscoördinator, Sterkz.org), 
    Ron Plooij (Consulent GGZ, UNICUM), vacant (huisarts,  UNICUM)

Mogelijke veranderingen

Nader te bepalen

Veranderingen die zijn gestopt

Voorkomen langdurig gebruik van benzodiazepine na ontslag uit ziekenhuis 

We zorgen ervoor dat patiënten bij ontslag uit het ziekenhuis niet onnodig benzodiazepinen blijven gebruiken. Door het ontslagproces aan te passen, wordt automatisch bepaald of iemand moet afbouwen of kan stoppen, en wordt dit ook duidelijk vastgelegd en meegegeven aan patiënt en huisarts. Hierdoor voorkomen we dat tijdelijk gebruik ongemerkt langdurig wordt voortgezet.

Contact

Medisch coördinator
Laurien Teunissen – neuroloog – St. Antonius Ziekenhuis

Projectleider / contact
Tijn Stolk – Allegro Medical
Stuur e-mail

Transmurale zorgpaden

Lees verder

Gynaecologische klachten

Door zorg te verplaatsen naar de eerste lijn krijgen vrouwen met gynaecologische klachten sneller hulp, terwijl de samenwerking met specialisten behouden blijft. Zorgprofessionals in de eerste lijn kunnen bijvoorbeeld pessaria plaatsen voor bekkenbodemproblemen of menopauzezorg bieden, waarmee vrouwen sneller en dichterbij huis geholpen worden.

Hieronder zie je de veranderingen waar we aan werken en de fase waarin deze zitten. De fasering is als volgt: initiatie – onderzoek – pilot – opschaling.

Veranderingen waaraan we werken

  • Plaatsen van pessaria door bekkenfysiotherapeut – pilot

    Huidige situatie
    Vrouwen met prolapsklachten (verzakking) worden vaak verwezen naar de tweede lijn voor een pessarium. Slechts een deel van de huisartsen plaatst zelf een pessarium. Veel vrouwen zijn al onder behandeling bij een bekkenfysiotherapeut. Het aanmeten, plaatsen en de eerste controles vinden meestal plaats in de tweede lijn.

    Verandering
    Door pessaria te laten plaatsen door bekkenfysiotherapeuten ontstaat sneller klachtenreductie, waardoor minder huisartsenconsulten en minder bekkenfysiotherapiesessies nodig zijn. Het voorkomt ook doorverwijzingen naar de tweede lijn en verkort de totale behandelduur voor vrouwen met prolapsklachten. 

    Pilot
    In september 2026 start een pilot in het Diakonessenhuis, bij bekkenfysiotherapiepraktijken BFT Heuvelrug en Het Kruispunt Vechstreek en de aangesloten huisartsenpraktijken. Binnen de pilot wordt de eerstelijns pessariumzorg uitgevoerd door speciaal geschoolde bekkenfysiotherapeuten. De pilot richt zich op ongeveer 30 vrouwen met prolapsklachten voor wie een pessarium een passende eerste behandeloptie is en bij wie geen directe operatieve behandeling nodig is.

    Voorafgaand aan de pilot worden regionale werkafspraken opgesteld over verwijzing, indicatiestelling, consultatie, terugkoppeling en verantwoordelijkheden. Daarnaast volgen de deelnemende bekkenfysiotherapeuten een scholing in het aanmeten, plaatsen en controleren van pessaria.

    De pilot onderzoekt de praktische uitvoerbaarheid van deze nieuwe werkwijze en de samenwerking tussen de betrokken zorgverleners. Daarnaast wordt geëvalueerd hoe de scholing en kwaliteitsborging in de praktijk functioneren. Tijdens de pilot worden de ervaringen van patiënten, huisartsen, bekkenfysiotherapeuten en gynaecologen verzameld. Deze inzichten vormen de basis voor een eventuele bredere implementatie van de werkwijze. 

    Product owner
    Willeke
    van der Neut, bekkenfysiotherapeut, Het Kruispunt (UNICUM) en Diakonessenhuis

    Scrummaster
    Teamleden
    Sabrina Baijens (gynaecoloog Diakonessenhuis)
  • VVOC-overgangsconsulente – onderzoek

    Huidige situatie
    Vrouwen met menopauzeklachten melden zich bij de huisarts. De huisarts behandelt zelf, verwijst naar de tweede lijn of verwijst soms naar een zelfstandige overgangsconsulent (vaak zonder vergoeding). Binnen het Diakonessenhuis werkt een VVOC-geregistreerde overgangsconsulent op de menopauzepoli. Huisartsen verwijzen naar deze poli, waar patiënten een consult krijgen bij de overgangsconsulent en daarnaast ook de gynaecoloog spreken. De overgangsconsulent is organisatorisch verbonden aan de tweede lijn en maakt geen formeel onderdeel uit van het regionale zorgpad. In de regio zijn meerdere VVOC-geregistreerde overgangsconsulenten actief, maar zij hebben geen vaste positie binnen het huidige zorgpad. De NHG-Standaard Overgang beschrijft behandeling van menopauzeklachten in de eerste lijn, maar benoemt de overgangsconsulent niet als vaste schakel in het zorgpad. 

    Verandering
    De interventie bestaat uit het opnemen van een VVOC-geregistreerde overgangsconsulent als verwijsoptie binnen de eerste lijn voor vrouwen met menopauzeklachten. Het betreft vrouwen bij wie begeleiding, uitleg, leefstijladvies en eventuele medicatie-instelling passend zijn en waarbij geen directe specialistische beoordeling nodig is. Het gaat niet om nieuwe zorg, maar om het beter benutten van bestaande expertise. Bovendien wordt de overgangsfase als momentum voor preventieve leefstijlinterventies benut. De tweede lijn blijft beschikbaar voor complexe casuïstiek en situaties waarin aanvullende diagnostiek of specialistisch beleid nodig is.

    Product owner 
    Ingrid de Voogd, kaderhuisarts urogynaecologie, UNICUM Huisartsenzorg

    Scrummaster
    Mi Sun van der Mannen, UNICUM

    Teamleden
    Ati Vos (verpleegkundig specalist, Sterkz.org), Christel Rijnsburger (overgangsconsulent Diakonessenhuis en zelfstandig binnen eerste lijn), Laura Seeber (gynaecoloog St. Antonius).

  • Horizontaal vulvaspreekuur – onderzoek

    Huidige situatie
    Op dit moment worden vrouwen met vulvaklachten vaak verwezen naar de gynaecoloog. Het betreft vaak lang bestaande vulvaire klachten waarbij veel huisartsen onzekerheid ervaren bij diagnose en start en controle van de langdurige behandeling. Hierbij is vaak behoefte aan bevestiging en controle door een specialist. Deze verwijzingen komen terecht op poliklinieken met lange wachttijden. Het aantal verwijzingen is in het afgelopen jaar bovendien verdubbeld , waardoor de druk op de tweede lijn verder toeneemt. Op de poli worden relatief veel patiënten gezien met niet-complexe, niet-oncologische klachten, die prima in de eerste lijn zouden kunnen worden beoordeeld en behandeld. Door de wachttijden lopen vrouwen onnodig lang door met klachten die vaak eenvoudig verholpen kunnen worden.

    Verandering
    In de gewenste situatie wordt een gespecialiseerd vulvaspreekuur ingericht dat wordt uitgevoerd door kaderhuisartsen. Patiënten die nu verwezen worden naar de gynaecoloog, kunnen voortaan (eerst) terecht bij de kaderhuisartsen. Hiermee blijft een groot deel van de zorg in de eerste lijn, waar de toegankelijkheid hoger is en de doorlooptijden korter zijn. Ideaalbeeld is dat huisartsen patiënten direct verwijzen naar de kaderhuisarts, die de beoordeling en behandeling uitvoert en de patiënt vervolgens terugverwijst naar de eigen huisarts of doorverwijst naar de gynaecoloog bij bijvoorbeeld verdenking van maligniteit. Om klein en makkelijk te starten wordt begonnen met het terugnemen van verwijzingen naar de gynaecoloog die daar niet op de juiste plek zijn. Deze patiënten kunnen (eerst) door de kaderhuisarts worden gezien.

    Product owner
    Suzanne Veltman-Verhulst, kaderhuisarts urogynaecologie, waarnemer, UNICUM Huisartsenzorg

    Scrummaster
    Mi Sun van der Mannen, UNICUM

    Teamleden
    Afra Zaal (gynaecoloog Diakonessenhuis)

  • Spiralen plaatsen binnen de eerste lijn – onderzoek

    Huidige situatie
    In de tweede lijn worden veel spiralen geplaatst waarvoor een verwijzing niet noodzakelijk is. Hierdoor neemt de druk op de poli onnodig toe. In het Diakonessenhuis worden per jaar 450 spiralen geplaatst zonder extra pijnstilling. In het St. Antonius worden jaarlijks 885 spiralen geplaatst voor indicaties G18 Anticonceptie en G11 cyclusstoornissen (van de 1.027 in totaal).

    Verandering
    Het inrichten van een eerstelijnsvoorziening voor het plaatsen van spiralen, waarbij huisartsen patiënten kunnen doorverwijzen naar een collega-huisarts of een kaderhuisarts die extra ruimte heeft of een gespecialiseerd spreekuur aanbiedt. jk in de eerste lijn, conform richtlijnen en passend bij de competenties van huisartsen en verloskundigen.

    Product owner
    Linda Oberhammer, kaderhuisarts urogynaecologie, Sterkz.org

    Scrummmaster
    Kayleigh Hoogenboom, projectleider, St. Antonius Ziekenhuis

    Teamleden
    Pascale Schure (verloskundig huisarts, RegiozorgNU), Bernadette Raterink (verloskundige, FOCUS verloskundig centrum, Sterkz.org)

Mogelijke veranderingen

Endometriose – stepped care aanpak – initiatie

Door een regionaal afstemde stepped-care aanpak voor endometriose in te richten, worden patiënten eerst voorzien van gestandaardiseerde informatie en passende eerstelijnsdiagnostiek. Hierdoor neemt de vraag naar tweedelijnsdiagnostiek af en worden alleen patiënten met complexere klachten doorverwezen. Dit leidt tot minder verwijzingen naar de 2e lijn, meer passende inzet van diagnostiek, minder herhaalconsulten bij de HA en kortere wachttijden in de 2e lijn.

Veranderingen die zijn gestopt

VS menopauzezorg

Contact

Medisch coördinator
Floor Vernooij – gynaecoloog – Diakonessenhuis

Projectleider / contact
Mi Sun van der Mannen – UNICUM Huisartsenzorg
Stuur e-mail

Transmurale zorgpaden

Lees verder

Hartproblemen

Efficiënte samenwerking tussen huisarts en specialist voorkomt onnodige ziekenhuisbezoeken, terwijl patiënten met hartproblemen toegang houden tot hoogwaardige zorg in hun eigen omgeving. Patiënten met hartproblemen kunnen dankzij zorg thuis langer thuis blijven, terwijl huisartsen en specialisten beter samenwerken via meekijkconsulten. Dit vermindert ziekenhuisbezoeken en biedt patiënten zorg op maat.

Hieronder zie je de veranderingen waar we aan werken en de fase waarin deze zitten. De fasering is als volgt: initiatie – onderzoek – pilot – opschaling.

Veranderingen waaraan we werken

  • Hartfalen – echo met advies – onderzoek

    Huidige situatie
    Op dit moment is de de cardiologische diagnostiek van hartfalen ingewikkeld en onvoldoende gestroomlijnd, waardoor een huisarts een patiënt vaak (te) snel naar de tweede lijn verwijst. Dit komt met name door de beperkte toegankelijkheid van echocardiografie in de eerste lijn en het ontbreken van snel, eenduidig cardiologisch advies.

    Verandering
    In de nieuwe situatie is het voor de huisartsen mogelijk om op laagdrempelige wijze toegang te krijgen tot echo-cardiografie in de eerste lijn, zonder onnodige aanvullende diagnostiek. Vanuit de cardioloog die de echo beoordeelt wordt duidelijk advies over vervolgbeleid en follow-up geleverd, zodat de huisarts gericht en bekwaam kan handelen. De adviserend cardioloog (of  verpleegkundig specialist hartfalen) is beschikbaar voor overleg.

    Beoogd effect
    Het doel is om onnodige verwijzingen te voorkomen en duidelijkheid te krijgen over wat in de eerste lijn kan en wat tweedelijns zorg is. Een deel kan dan belegd worden bij POH’er, voor zover aanwezig in de praktijk.

    Product owner
    Linda de Back, kaderhuisarts, UNICUM

    Scrummaster
    Hendrikje van der Bij, Diakonessenhuis

    Teamleden
    Annemieke Wind (cardioloog, Diakonessenhuis), 
    Jaco Houtgraaf (cardioloog, Diakonessenhuis), 
    Melissa van Silfhout-Beckers (echografist, Diakonessenhuis), Aja Strijker (senior teammanager zorg, Diakonessnhuis).

  • Hartfalen follow-up: POH opleiden – onderzoek

    Huidige situatie
    Op dit moment worden veel patiënten met ongecompliceerd hartfalen door de huisartsen naar de tweede lijn verwezen. Hierdoor komen nog veel patiënten met stabiel hartfalen ten onrechte in de tweede lijn terecht. Voor de behandeling in de eerste lijn zijn er echter onvoldoende opgeleide POH’ers om controles bij stabiele patiënten met hartfalen uit te voeren. Deze zijn nodig om patiënten met hartfalen in de eerste lijn op te kunnen vangen.

    Verandering
    In de nieuwe situatie zijn de POH’ers CVRM bijgeschoold op het gebied van HFREF-medicatie en het structureel onder de aandacht brengen van voorlichting, leefstijl en relevante risicofactoren (waaronder gewichtstoename, dyspnoe en uitdroging). Door vroegsignalering en betere monitoring zal minder snel worden verwezen naar de tweede lijn.

    De nieuwe werkwijze kan plaatsvinden binnen de bestaande samenwerkingsrichtlijn tussen huisarts (HA) en praktijkondersteuner (POH). In de praktijk betekent dit dat de patiënt door twee professionals wordt gezien: zowel de POH als de HA, ieder vanuit hun eigen rol en expertise. Er bestaan echter verschillen tussen huisartsenpraktijken in de wijze waarop de POH-functie is ingericht. Met name de rol en positionering van de POH-S (somatiek) en POH-O (ouderen) varieert. Dit verschil in perspectief is relevant: het signaleren en beoordelen van kwetsbaarheid vraagt een andere manier van kijken naar de patiënt, waarbij minder wordt uitgegaan van afzonderlijke aandoeningen en meer van het functioneren en de samenhang tussen de verschillende domeinen.

    Product owner
    Anouk Eikendal, huisarts, RegiozorgNu

    Scrummaster
    Hendrikje van der Bij, Diakonessenhuis

    Teamleden
    Geert van Hout (cardioloog, St. Antonius Ziekenhuis), 
    Linda de Back (kaderhuisarts, UNICUM), Monique Bakker (POH, RegiozorgNu), Corinne Derksen (POH, UNICUM).

  • CVRM – hartinfarct nazorg dichtbij – onderzoek

    Huidige situatie
    Na een hartinfarct blijven patiënten meestal een jaar onder controle van het ziekenhuis. Er zijn afspraken voor controles na enkele weken en maanden. In die periode wordt onder andere gekeken naar herstel, medicatie en waarden zoals bloeddruk en cholesterol. Na een periode van een half jaar tot een jaar, worden patiënten terugverwezen naar de huisarts.

    Verandering
    In de nieuwe situatie wordt een selecte groep (= stabiele patiënt) eerder (3 tot 6 maanden) terugverwezen naar de huisarts. Huisartsen hebben namelijk meer zicht op de context van de patiënt en beschikken over programma’s voor stoppen met roken, bewegen en voeding.

    Product owner
    Krischan Sjauw, cardioloog St. Antonius Ziekenhuis

    Scrummaster 
    Hendrikje van der Bij, Diakonessenhuis

    Teamleden 
    Erkan Özdas (cardioloog, St. Antonius Ziekenhuis), Inke Albersen (verpleegkundige, St. Antonius Ziekenhuis), Mehrzad Nasseri (kaderhuisarts, UNICUM), Hans Krijger (verpleegkundige, St. Antonius Ziekenhuis), Tycho vd Spoel (cardioloog, Diakonessenhuis).

  • Hartrevalidatie – hart in beweging – initiatie

    Volgt

Mogelijke veranderingen

  • Stabile agina pectoris

  • Regionaal cardio-formularium

Veranderingen die zijn gestopt

Niet aan de orde

Contact

Medisch coördinator
Berthon Rikken – huisarts – Sterkz.org

Projectleider / contact
Hendrikje van der Bij – Diakonessenhuis
Stuur e-mail

Transmurale zorgpaden

Lees verder

Diabetes type 2

De ketenzorg Diabetes type 2 is al jaren een beproefde werkwijze voor integrale zorg. Toch wordt een groep nog doorverwezen naar de tweede lijn, waarvan een deel onnodig. Door een geïntegreerde aanpak in de eerste lijn krijgen diabetespatiënten betere ondersteuning, terwijl de samenwerking met specialisten soepel blijft verlopen. Een betere afstemming tussen huisarts en specialist zorgt ervoor dat meer controles in de eerste lijn plaatsvinden. Dit ontlast de tweede lijn en verbetert de patiëntenzorg.

Veranderingen waaraan we werken

  • Herziening diagnose diabetes type 1-patiënten – pilot

    Huidige situatie
    Patiënten met diabetes mellitus (DM) type 1 worden behandeld in het ziekenhuis, terwijl patiënten met DM type 2 behandeld worden door de huisarts/POH. Hierbij is de behandeling van DM1 aanzienlijk duurder dan behandeling van DM2. Een gedeelte van de patiënten met DM1 die in behandeling is in de tweede lijn is foutief gediagnosticeerd en heeft eigenlijk een ander type diabetes, in 5% van de gevallen DM2 (Fonteinopoulou, 2020). Dit geldt ook voor toekomstige patiënten met een DM1-diagnose, wat betekent dat er foutieve diagnoses gesteld zullen blijven worden.  In regio Utrecht zijn er zo’n 2300 patiënten gediagnosticeerd met DM1 (stijgt langzaam), wat betekent dat er momenteel ongeveer 125 patiënten verkeerd gediagnosticeerd zijn. Momenteel wordt er alleen ad hoc opnieuw gediagnosticeerd, op basis van onderbuikgevoel van de internist.

    Verandering
    Met Herziening diagnose diabetes type 1 willen we komen tot een werkwijze waarbij structureel het type diabetes wordt gecontroleerd bij alle mensen met type 1 diabetes die drie jaar of langer geleden de diagnose hebben gekregen.  Hiervoor wordt een diagnostisch algoritme gebruikt – ontwikkeld en getest in het Verenigd Koninkrijk – dat met succes de verkeerd gediagnosticeerden identificeert. Na juiste classificatie kan de behandeling worden aangepast en worden mensen met diabetes type 2, waar passend, terugverwezen naar de eerste lijn.

    Pilot
    Begin april 2026 is informeel een pilot gestart in het UMC Utrecht van drie maanden. In deze periode verschijnt in het HiX-sjabloon bij elke jaarcontrole van een persoon met diabetes type 1 een nieuw verplicht invulveld met de vraag of de patiënt binnen de inclusiecriteria valt. Als dit het geval is, worden er aanvullende bloedwaardes gemeten tijdens het bloedonderzoek dat standaard bij het volgende polibezoek van de patiënt wordt uitgevoerd. Na de uitkomsten van het aanvullende bloedonderzoek voert de arts het algoritme uit en bepaalt de arts de diagnose. Het succes van de pilot wordt geëvalueerd door een vragenlijst voor te leggen aan de artsen die de nieuwe werkwijze hebben gebruikt.

    Eerste bevindingen pilot
    Uit de eindevaluatie met de acht betrokken artsen blijkt dat zij positief zijn over de nieuwe werkwijze en deze willen blijven toepassen. Op basis van de evaluatie worden enkele aanpassingen doorgevoerd, waaronder een verduidelijking van de in- en exclusiecriteria en verbeteringen in het HiX-sjabloon. Ook zijn afspraken gemaakt met de kaderhuisartsen over een zorgvuldige terugverwijzing van de arts naar de huisarts.

    Vanwege de beperkte looptijd van de pilot kon het proces rondom terugverwijzing nog slechts beperkt worden geëvalueerd. Tot nu toe zijn drie patiënten geherclassificeerd. De pilot richtte zich daarom voornamelijk op de praktische uitvoerbaarheid van de nieuwe werkwijze.

    Om de werkwijze bij een grotere patiëntengroep te toetsen en meer inzicht te krijgen in de ervaringen van huisartsen met de terugverwijzing, wordt de pilot aankomende periode uitgebreid naar het St. Antonius Ziekenhuis en het Diakonessenhuis.

    Product owner 
    Thomas van Sloten, internist-vasculair geneeskundige, UMC Utrecht

    Scrummaster
    Arwin Quaack, HUS

    Teamleden
    Ingo Eland (internist, Antonius), Gerdien Belle-Van Meerkerk (internist, Diakonessenhuis).

  • Verwijscheck Diabetes – pilot

    Huidige situatie
    Patiënten met diabetes mellitus type 2 worden regelmatig rechtstreeks verwezen vanuit de huisartsenpraktijk naar de tweede lijn, zonder voorafgaande consultatie van de kaderhuisarts. Dit leidt tot onnodige tweedelijnszorg. Hier wordt de bestaande expertise van de kaderhuisarts onvoldoende benut.

    Verandering
    Voor iedere patiënt met diabetes type 2 wordt vóór verwijzing naar de tweede lijn een gerichte triage uitgevoerd waarin wordt bepaald of specialistische zorg werkelijk nodig is. Als onderdeel van deze triage consulteert de huisarts of POH-S de kaderhuisarts via VIPLive. De kaderhuisarts geeft een advies binnen drie werkdagen. Op basis van dit advies wordt de zorg in de eerste lijn gecontinueerd. Als passende zorg niet mogelijk is in de eerste lijn, volgt een verwijzing naar de tweede lijn.

    Pilot
    De pilot start in juni 2026 bij huisartsenpraktijken die zijn aangesloten bij UNICUM Huisartsenzorg en loopt tot eind september 2026. Het doel van deze pilot is om de kennis van de kaderhuisarts diabetes beter in te zetten voor de zorg bij patiënten met diabetes type 2. De opgedane inzichten worden gebruikt voor een mogelijke opschaling van de verwijscheck.

    De pilot sluit goed aan bij de eerder vastgestelde RTA Diabetes, waarbij is afgesproken dat een patiënt met diabetes type 2 in principe behandeld wordt in de eerste lijn en een verwijzing naar de tweede lijn altijd tijdelijk is. 

    Product owner
    Floris Hirsch, kaderhuisarts Diabetes, UNICUM Huisartsenzorg

    Scrummaster
    Willemijn Tieleman, UMC Utrecht

    Teamleden
    Anne van der Schouw (consulent chronische zorg Sterkz.org), Connie Lamers (praktijkconsulent UNICUM)

  • Exit-criteria terugverwijzen naar eerste lijn – pilot

    Huidige situatie
    Patiënten met diabetes type 2 blijven vaak jarenlang in de tweede lijn na verwijzing vanuit de eerst lijn, ook als hun glucosewaarden goed zijn ingesteld en zij stabiel zijn. Beslissingen over terugverwijzen naar eerste lijn zijn niet uniform. De bestaande expertise van de eerste lijn wordt hierbij onvoldoende benut.

    Verandering
    Met vaste exit-criteria wordt beoordeeld wanneer patiënten met diabetes type 2 weer veilig kunnen terugkeren naar de huisarts. Zodra aan deze criteria is voldaan, volgt terugverwijzing met een duidelijke en complete overdracht, zodat de huisarts de zorg direct kan voortzetten.

    Pilot
    De pilot start in juni 2026 binnen het Diakonessenhuis en duurt zes maanden. In deze periode wordt geëvalueerd of de exitcriteria praktisch toepasbaar zijn binnen het ziekenhuis en of er voldoende draagvlak is. Ook wordt gekeken of  het gebruik ervan leidt tot een afname van herhaalconsulten in de tweede lijn en de zorg in de eerste lijn gecontinueerd kan worden. 

    Product owner 
    Alex Muller, internist-endocrinoloog, Diakonessenhuis

    Scrummaster
    Willemijn Tieleman, UMC Utrecht

    Teamleden
    Eline van der Valk (internist UMCU), Monique Bakker (chronisch zorgconsulent RegiozorgNU), Vera Elschot (huisarts RegiozorgNU)

Mogelijke veranderingen

  • Gemotiveerde afwijzing met advies

    Voor patiënten die blijven aandringen op specialistische zorg omdat zij twijfelen aan de eerstelijnsbehandeling, wordt een eenmalig (digitaal) meekijkconsult ingezet. De specialist beoordeelt de situatie, bevestigt wanneer de behandeling veilig in de eerste lijn kan blijven en geeft de patiënt het benodigde vertrouwen. Hierdoor worden onnodige verwijzingen én herhaalde huisartsconsulten voorkomen, terwijl de regie bij de huisarts blijft.

    Product owner
    Thomas van Sloten, internist-vasculair geneeskundige, UMC Utrecht

  • Consultatielijn POH-S ↔ Diabetesverpleegkundige

    Een directe consultatielijn tussen de POH-S in de eerste lijn en diabetesverpleegkundigen in de tweede lijn maakt het mogelijk om vragen over bijvoorbeeld insulinegebruik of materialen snel en laagdrempelig af te stemmen. Hierdoor kunnen praktische knelpunten sneller worden opgelost en blijft onnodige verwijzing achterwege.

Veranderingen die zijn gestopt

Werkwijze onrustige glucose voor niet-internisten

Contact

Medisch coördinator
Bertien Hart – kaderarts – RegiozorgNU

Projectleider / contact
Willemijn Tieleman – UMC Utrecht
Stuur e-mail

Transmurale zorgpaden

Lees verder

Met kanker thuis

Naast de medische behandeling is persoonsgerichte zorg van grote waarde voor patiënten met kanker, zowel voor het herstel als voor de kwaliteit van leven. Het functioneren thuis, de leefstijl en het psychosociaal welzijn zijn hiervan belangrijke onderdelen. In de oncologische netwerkzorg is hier al zeker aandacht voor; tegelijkertijd kan dit passender en meer gestructureerd worden georganiseerd.

Dit zorgpad implementeert interventies die structuur aanbrengen in de persoonsgerichte zorg voor patiënten die klachten hebben voor en gedurende de behandeling of tijdens de nazorg. Aandacht voor oplossingen dichtbij huis in de eerste lijn of via lotgenotencontact spelen hierbij een rol. Daarbij heeft in sommige situaties persoonsgerichte zorg ook impact op de medische behandeling: bij kwetsbare patiënten kan persoonsgerichte zorg leiden tot andere keuzes in de behandeling.

De aandacht binnen dit zorgpad gaat in eerste instantie naar patiënten onder curatieve zorg. Na de initiële adoptie van de interventies kunnen nieuwe werkwijzen natuurlijk ook worden toegepast binnen de palliatieve zorg.

Veranderingen waaraan we werken

  • Verplaatsen psychosociale ondersteuning – pilot

    Huidige situatie
    Patiënten met kanker krijgen voor psychosociale ondersteuning regelmatig een verwijzing die onvoldoende aansluit, met name naar specialistische GGZ (SGGZ). Zorgverleners weten onvoldoende wat andere opties zijn. Hierdoor zijn er lange wachttijden, terwijl patiënten met niet-complexe psychische klachten ook op andere plekken geholpen kunnen worden. Gedurende de wachttijden ontstaan extra zorgcontacten met de verpleegkundig specialist de huisartspraktijk als tussenoplossing.

    Verandering
    Een verwijskaart voor zorgverleners waardoor ze tijdig naar passende ondersteuning kunnen verwijzen dichtbij huis. De verwijskaart heeft duidelijke richtlijnen met:

    • zelfhulpmiddelen & informatiebronnen
    • mogelijkheden voor lotgenotencontact
    • omschrijving van de rollen in de eerste lijn, GGZ (binnen en buiten het ziekenhuis) en SGGZ .

    Pilot
    In het Diakonessenhuis wordt een pilot uitgevoerd op de poli’s Mamma, Dermatologie, Longgeneeskunde en Gynaecologie. Daarnaast wordt er met het St. Antionius en UMCU besproken hoe de interventie daar het meest passend geïmplementeerd kan worden.

    Product owner
    Jolanda Gons, Ergotherapeut, Ergodoen, Sterkz.org

    Scrummaster
    Stefan van Lent, Sterkz.org

    Teamleden
    Aline Teunissen (oncologieverpleegkundige 1e lijn, Bloezem, RegiozorgNU), Angelique Dam-Winters (POH-GGZ, Sterkz.org), Matijs Jansen (coördinator Tegenkracht Midden-NL), Danielle van der zee (verpleegkundig specialist, Diakonessenhuis), Malou Edelman (huisarts, RegiozorgNU)

  • Huisarts kwetsbare patiënt betrekken bij behandelopties – pilot

    Huidige situatie
    Bij kwetsbare patiënten met kanker wordt bij het bespreken van behandelopties niet altijd de volledige context meegenomen, zoals functioneren, de thuissituatie, gezondheidsvaardigheden en belastbaarheid. Hierdoor komt het voor dat de zorg niet volledig is afgestemd op de persoonlijke situatie van de patiënt.

    Verandering
    In de nieuwe situatie wordt de huisarts structureel betrokken bij de keuze van behandelopties van deze groep patiënten. Op deze manier wordt er naast ziektegerichte en fysieke informatie ook sociale en cognitieve contextinformatie meegenomen, waardoor de zorg passender wordt ingericht.

    Pilot
    Tussen juli en oktober wordt een pilot uitgevoerd op de gespecialiseerde polikliniek van aandoeningen van het bovenste spijsverteringskanaal (UGI-poli) in het UMC Utrecht. Wellicht sluit de poli Longgeneeskunde later aan. Huisartsen uit de drie huisartsenorganisaties worden zo nodig betrokken. De effectiviteit van deze werkwijze wordt onderzocht en geoptimaliseerd waar nodig. Daarnaast wordt er met andere poli’s van de drie ziekenhuizen afgestemd of deze interventie aansluit bij hun patiënten, voor latere implementatie.

    Product owner 
    Ietje Perfors, huisarts, RegiozorgNU

    Scrummaster
    Stefan van Lent, Sterkz.org

    Teamleden
    Carlo Schippers (verpleegkundig specialist slokdarm- en maagoncologie, UMCU), Eke van Lunteren (verpleegkundig specialist slokdarm- en maagoncologie, UMCU), Filip de Vos (internist-oncoloog, UMCU)

  • Benadrukken rol van beweegzorg – onderzoek

    Huidige situatie
    De rol en impact van beweging voor patiënten met kanker wordt nog te weinig benadrukt. Beweegzorg via de eerstelijns oncologisch geschoolde fysiotherapeut dichtbij huis wordt hierbij nog beperkt ingezet. Daarbij is bij een verwijzing de informatie vaak onvolledig.

    Verandering
    Meer en passendere inzet van beweegzorg en beweging tijdens en na behandeling, in beginsel bij de patiëntengroep met borstkanker en colonkanker. Dit wordt ingevuld door een juiste verwijzing vanuit de verpleegkundig specialist naar de oncologisch geschoolde fysiotherapeut. De fysiotherapeut verzorgt de beweegtherapie en adviseert welke zelfstandige beweging past bij de klachten.

    Product owner 
    Marie-Rose van Lieshout, oncologisch fysiotherapeut, fysio Weustink

    Scrummaster
    Stefan van Lent, Sterkz.org

    Teamleden
    Marieke ten Tusscher (fysiotherapeut UMCU), Marjolein Smits (Stichting Tegenkracht), Marie-Jose Stoop (huisarts, UNICUM)

Mogelijke veranderingen

Nader te bepalen

 

Veranderingen die zijn gestopt

Hulp bij het stoppen met roken

Contact

Medisch coördinator
Ietje Perfors – huisarts (zzp) – RegiozorgNU

Projectleider / contact
Stefan van Lent – HUS
Stuur e-mail

Transmurale zorgpaden

Lees verder

Buikklachten (MDL)

Een deel van de patiënten met buikklachten/een maag-, darm-, leverziekte worden naar het ziekenhuis verwezen, terwijl diagnostiek en behandeling vaak ook in de eerste lijn mogelijk zijn. Door duidelijke afspraken over diagnostiek, triage en behandeling krijgen patiënten sneller duidelijkheid en passende zorg dicht bij huis. Dit versterkt de samenwerking tussen huisarts en specialist en vermindert onnodige verwijzingen naar het ziekenhuis. 

Hieronder zie je de veranderingen waar we aan werken en de fase waarin deze zitten. De fasering is als volgt: initiatie – onderzoek – pilot – opschaling.

Veranderingen waaraan we werken

  • PDS zonder omweg – initiatie

    Huidige situatie
    Bij patiënten met (verdenking op) PDS ontstaat variatie in aanpak en begeleiding in de eerste lijn, en blijft er  diagnostische onzekerheid vaak bestaan. Deze onzekerheid is voor patiënt en huisarts een belangrijke reden voor verwijzing en herhaald aanvullend onderzoek. Verwijzingen voor PDS worden bovendien wisselend opgepakt, met soms lange wachttijden en afwijzingen zonder inhoudelijke beoordeling.

    Verandering
    Door de huisarts vroeg in het traject een gestandaardiseerd meedenkadvies van de MDL-arts in te laten zetten,  komt specialistische bevestiging van de (positieve) PDS-diagnose beschikbaar op het moment dat de diagnostische twijfel speelt. Rondom dit meedenkadvies worden wederzijdse afspraken vastgelegd: de huisarts levert een gestructureerde verwijzing/vraag aan; de tweede lijn geeft uniform, tijdig en gehonoreerd advies. Een directe eerstelijns-diëtistverwijzing (gerichte, dedicated diëtisten) maakt onderdeel uit van het pad.

    Verwacht effect
    Door deze werkwijze krijgen huisartsen concrete handvatten en diagnostische rugdekking, patiënten krijgen sneller een passende en begrepen diagnose, en onnodige verwijzingen/onderzoeken nemen af zonder dat werk eenzijdig naar de eerste lijn verschuift.

    Product owner
    Femke van de Peppel, huisarts, Sterkz.org

    Scrummaster
    Lisanne Pattynama, Allegro Medical)

    Teamleden
    Suzanne Jeurnink (MDL-arts, Diakonessenhuis), Marc Verhagen (MDL-arts, Diakonessenhuis), Sascha de Jong (diëtist, Sterkz.org). 

  • Goed gerichte gastro – onderzoek

    Huidige situatie
    Patiënten onder de 50 jaar met dyspepsie (maagklachten) zonder alarmsymptomen worden nog geregeld verwezen voor een gastroscopie, terwijl bekend is dat de kans op het vinden van afwijkingen en de kans op geruststelling van de patiënt zeer klein is. Een gastroscopie is een duur en invasief onderzoek. Daarom gaan we voor deze patiëntengroep een  verwijscheck inzetten vóór verwijzing voor een gastroscopie.

    Verandering
    Met behulp van een ZorgDomein-checklist worden vaste, richtlijnconforme stappen vóór verwijzing geborgd in de eerste lijn met een step-up beleid. Als de checklist niet is voldaan, is er alsnog een mogelijkheid tot meedenkadvies als wordt ingevuld waarom er alsnog een verwijzing/ meedenkaanvraag plaatsvindt. Ook wordt ingezet op patiënteducatie over nut en beperking van gastroscopie (o.a. Keuzehulp/Thuisarts), met shared decision making over het juiste moment van een scopie.

    Verwacht effect
    Heldere indicatiestelling en educatie leidt tot minder niet-geïndiceerde gastroscopieën, minder belasting voor patiënt en keten, en meer zekerheid voor huisarts en patiënt over het juiste moment van een gastroscopie.

    Product owner
    Robbert Keppel, huisarts Huisartsen Maarn, UNICUM

    Scrummaster
    Lisanne Pattynama, Allegro Medical

    Teamleden
    Robert Verdonk (MDL-arts, St. Antonius Ziekenhuis)

  • Eerstelijns levercheck – onderzoek

    Huidige situatie
    Patiënten met milde leverenzymstoornissen worden nu vaak verwezen naar de MDL-arts voor diagnostiek en follow-up. Volgens de NHG-richtlijn moet deze diagnostiek in de eerste lijn plaatsvinden, maar kan een verwijzing plaatsvinden bij een ‘wens tot meer duidelijkheid’. Vaak is er sprake van leververvetting (MASLD) en dat vergt leefstijlaanpassingen via bijvoorbeeld de diëtist.

    Verandering
    Op een efficiënte manier huisartsen faciliteren om MASLD te onderscheiden van andere aandoeningen, waar wel een verwijzing naar de MDL-arts voor nodig is. We bieden een geprotocoliseerde aanpak met specifieke en duidelijke labwaarden en criteria voor verwijzing. Deze staan nog niet duidelijk genoeg in de NHG-standaard beschreven. Door deze regio-uniforme aanpak hoeven er naar verwachting minder verwijzingen en diagnostiek plaats te vinden. We bieden ook overzicht over de vervolgbehandeling, waarbij de diëtist vroeger wordt betrokken. De verandering geldt primair voor de huisartsen en diëtisten (en POH bij follow-up) en secundair voor de MDL-arts, laboratoria en radiologen.

    Voorziening
    Duidelijke documentatie naar alle huisartsen, nascholing, verwijscheck ZorgDomein.

    Verwacht effect

    • Minder onnodige verwijzingen naar de MDL-arts voor patiënten met milde steatose zonder gevorderde fibrose (FIB-4 <1,3)
    • Eerdere diagnosestelling en leefstijlinterventie;
    • Betere integratie met bestaande CVRM-ketenzorg
    • Afname wachttijden in de tweede lijn.

    Product owner
    Mattijs Numans, huisarts

    Scrummaster
    Lisanne Pattynama, Allegro Medical

    Teamleden
    Mark Stolk (MDL-arts, St. Antonius Ziekenhuis), Anita Hellemons (diëtist, VoedingsAdviesGroep Utrecht), POH CVRM volgt.

  • Coeliakie zonder scopie – onderzoek

    Huidige situatie
    Patiënten met een verdenking op coeliakie worden verwezen naar de MDL-arts, die op basis van standaard lab met duidelijke afkapwaarden de diagnose stelt. Begeleiding en follow-up is niet-specialistische zorg, maar gebeurt in veel gevallen nog wel in het ziekenhuis.

    Verandering
    De implementatie van een eenduidig transmuraal zorgpad voor patiënten met verdenking op coeliakie. De verandering bestaat uit:

    • Met duidelijke afspraken diagnostiek starten in de eerste lijn.
    • Vroege inzet van de diëtist.
    • Uniforme verwijscriteria voor verwijzing naar de MDL-arts.
    • Follow-up door de huisarts.

    Verwacht effect
    Duidelijke handvatten voor huisartsen, minder variatie in handelen, minder onnodige verwijzingen en gastroscopieën en snellere begeleiding voor patiënten. De verandering sluit aan op de NHG-standaard ‘Voedselovergevoeligheid en coeliakie’ en de FMS-richtlijn ‘Coeliakie en glutengerelateerde aandoeningen’.

    Product owner
    Malou Edelman, huisarts, Huisartsen Heikens & Broeder (UNICUM)

    Scrummaster
    Lisanne Pattynama, Allegro Medical)

    Teamleden
    Bas van Tuyl (MDL-arts, Diakonessenhuis), Laura Kool (diëtist).

Mogelijke veranderingen

Nader te bepalen

Veranderingen die zijn gestopt

Niet van toepassing

Contact

Medisch coördinator
Marc Verhagen – MDL-arts – Diakonessenhuis

Projectleider / contact
Lisanne Pattynama – Allegro Medical
Stuur e-mail

Transmurale zorgpaden

Lees verder

Urologische problemen

Een deel van de urologische zorg kan dichter bij huis worden georganiseerd. Door betere samenwerking tussen huisartsen en urologen en door inzet van eerstelijnsdiagnostiek en behandeling worden patiënten sneller geholpen in de eerste lijn. Complexe problematiek blijft beschikbaar voor de specialist, terwijl onnodige ziekenhuisbezoeken worden voorkomen en de zorg toegankelijk blijft voor patiënten in de regio.

Hieronder zie je de veranderingen waar we aan werken en de fase waarin deze zitten. De fasering is als volgt: initiatie – onderzoek – pilot – opschaling.

Veranderingen waaraan we werken

  • Plasdagboek op één – onderzoek

    Huidige situatie
    Het plasdagboek is een fijn middel dat veel inzicht kan geven in de vorm en oorzaak van mictieklachten. Toch wordt het vrijwel niet gebruikt in de eerste lijn. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat huisartsen onbekend zijn met het bestaan van het plasdagboek en de relevantie ervan niet zien. Daarnaast zijn er verschillende formats, die niet allemaal compleet zijn (het Thuisarts plasdagboek mist bijvoorbeeld vochtintake). Dit kan voor onduidelijkheid zorgen.

    Verandering
    In de nieuwe situatie zijn huisartsen beter toegerust om een plasdagboek te gebruiken en zit het in hun standaard werkwijze. Dit betekent dat we huisartsen bekend maken met het plasdagboek en hen ondersteunen in het leren interpreteren ervan, bijvoorbeeld door (na)scholingen in de regio of een instructiefilmpje. Ook makkelijk terug te vinden normaalwaardes zouden kunnen helpen, bijv. door die te integreren in het plasdagboek. Om verwarring te voorkomen, houden we graag het plasdagboek van Thuisarts aan.

    Beoogd effect

    • Beter inzicht voor patiënt en arts in de vorm en de oorzaak van de mictie klachten.
    • Minder verwijzingen naar de tweede lijn.
    • Betere kwaliteit van verwijzingen naar uroloog en bekkenfysiotherapeuten (mogelijk minder ziekenhuisconsulten nodig).
    • Gerichtere verwijzingen naar uroloog, bekkenfysiotherapeuten, ander specialisme (zoals cardiologie)

    Deze verandering sluit aan bij de NGH-richtlijn Mictieklachten bij mannen, waarin het gebruik van het plasdagboek bij plasklachten wordt aanbevolen.

    Product owner
    Ingrid de Voogd, kaderhuisarts urogynaecologie, UNICUM

    Scrummaster
    Arwin Quaak, HUS

    Teamleden
    Malou Edelman (huisarts, UNICUM), Gertrude Sterk (bekkenfysiotherapeut, RegiozorgNU), Karin van Dalen (uroloog, Diakonessenhuis), Okke Snieders (uroloog, Diakonessenhuis)

  • Plasmedicatie op proef – onderzoek

    Huidige situatie
    Patiënten (m.n. mannen) worden vaak snel verwezen naar de uroloog vanwege plasklachten, zonder dat eerst een proefbehandeling met medicatie (lang genoeg) is geprobeerd. Volgens de NHG-richtlijn Mictieklachten bij mannen kan medicatie worden overwogen, maar dit gebeurt lang niet altijd omdat in de NHG-standaard ook beschreven staat dat de invloed van medicatie op plasklachten zeer gering is. Toch zou behandeling met medicatie zou voor veel patiënten wel van toegevoegde waarde zijn en kan het geen kwaad. Bovendien wordt na verwijzing in het ziekenhuis meestal ook eerst met medicatie gestart. Bij het Diakonessenhuis wordt hier al streng op getrieerd en worden alle verwijzingen afgewezen waar de huisarts geen medicatie heeft geprobeerd. Dit kan wellicht overgenomen worden in het St. Antonius Ziekenhuis.

    Verandering
    Vóór verwijzing standaard eerst een proefbehandeling met medicatie (±6 weken) in de eerste lijn. Dit wordt gestimuleerd doordat huisartsen bij een verwijzing voor mictieklachten in Zorgdomein ‘moeten’ aanvinken dat er een proefbehandeling (6-8 weken) met een alfablokker heeft plaatsgevonden en/of met een muscarine antagonist bij hinderlijke urge klachten. Evaluatie van de proefbehandeling vindt plaats met de gangbare IPSS vragenlijst (Thuisarts) voor en na de proefbehandeling. Pas bij uitblijven van het gewenste effect volgt verwijzing naar de uroloog.

    Product owner
    Ingrid de Voogd, kaderhuisarts urogynaecologie, UNICUM

    Scrummaster
    Arwin Quaak, HUS

    Teamleden
    Malou Edelman (huisarts, UNICUM), Gertrude Sterk (bekkenfysiotherapeut, RegiozorgNU), Karin van Dalen (uroloog, Diakonessenhuis), Okke Snieders (uroloog, Diakonessenhuis).

  • Herhaling PSA-bepaling – onderzoek

    Huidige situatie 
    Volgens de huidige NGH-richtlijn Prostaatkanker moeten mannen met een PSA van boven de 3 ng/ml door de huisarts verwezen worden naar de tweede lijn. PSA-waarden kunnen echter incidenteel verhoogd zijn tot boven deze afkapwaarde, vanwege stimulering van de prostaat door bijvoorbeeld een lange fietstocht of seksuele activiteit, of zonder aanwijsbare reden. Vaak leidt dit tot verwijzing, terwijl dat niet nodig zou zijn omdat het PSA na verloop van tijd weer normaliseert. In de richtlijnen is niets opgenomen over standaard een tweede PSA-meting doen voorafgaand aan verwijzing. Wel hebben alle drie de ziekenhuizen verschillende beperkingen opgenomen in hun verwijscriteria.

    Verandering
    Bij een PSA > 3 ng/ml vragen huisartsen standaard een herhaalde PSA-meting aan na ± 6 weken, vóórdat zij verdere diagnostiek doen of verwijzen naar de uroloog. Als uit de tweede meting blijkt dat het PSA is genormaliseerd, dan is er geen vervolgactie nodig. Als het PSA herhaald verhoogd is (> 3 ng/ml), kan er alsnog verwezen worden. Daarnaast kunnen de verwijscriteria van de ziekenhuizen gelijkgetrokken worden, om meer duidelijkheid te bieden aan huisartsen in de regio.

    Product owner
    Marion Boelens (kaderhuisarts urogynaecologie, Sterkzorg)

    Scrummaster
    Arwin Quaak, HUS 

    Teamleden
    Aswin Meijer (uroloog St. Antonius Ziekenhuis), Cynthia de Bie (verpleegkundig consulent oncologische urologie, St. Antonius Ziekenhuis), Sophie Witteveen (arts-onderzoeker urologie, St. Antonius Ziekenhuis), Daniël Bosman (huisarts, RegiozorgNU). 

  • Volumecheck prostaat – onderzoek

    Huidige situatie 
    Een verhoogd PSA (> 3 ng/ml) kan verklaard worden door een vergrote prostaat. Na verwijzing wordt daarom in het ziekenhuis doorgaans als eerste het prostaatvolume bepaald. In de eerste lijn wordt er echter geen rekening gehouden met de invloed van het prostaatvolume op de PSA-waarde.

    Verandering
    Bij een verhoogd PSA (>3 ng/ml) wordt standaard eerst het prostaatvolume gemeten in de eerste lijn, om te checken of er een benigne verklaring is voor de PSA-verhoging. Het is nog onduidelijk hoe deze volumecheck georganiseerd kan worden in de eerste lijn. Mogelijkheden:

    • Eerstelijnsdiagnostiek via ziekenhuis (zonder DBC te activeren). Dit zou via radiologie kunnen of door iemand die uit tweede lijn (verpleegkundig specialist?) naar de eerste lijn gaat.
    • In de eerste lijn de kaderhuisarts opleiden en apparatuur beschikbaar stellen.
    • Eerstelijnslaboratoria inschakelen.

    Product owner
    Marion Boelens (kaderhuisarts urogynaecologie, RegiozorgNU)

    Scrummaster
    Arwin Quaak, HUS

    Teamleden
    Aswin Meijer (uroloog, St. Antonius Ziekenhuis), Cynthia de Bie (verpleegkundig consulent oncologische urologie,  St. Antonius Ziekenhuis), Sophie Witteveen (arts-onderzoeker urologie, St. Antonius Ziekenhuis), Daniël Bosman (huisarts, RegiozorgNU).

Mogelijke veranderingen

Residu meten

Volgt

Veranderingen die zijn gestopt

Sedimentonderzoek aanvragen

Contact

Medisch coördinator
Karen Damen – kaderhuisarts urogynaecologie – RegiozorgNU

Projectleider / contact
Arwin Quaak – HUS
Stuur e-mail

Transmurale zorgpaden

Lees verder