Systematische herdiagnose type 1 diabetes

Thomas van Sloten is internist-vasculair geneeskundige in het UMC Utrecht en staat binnen de Utrechtse Fabriek voor Zorgtransformatie aan het roer van de verandering ‘Herziening diagnose diabetes type 1’. Hij vertelt wat hij doet en waarom dit nodig is.
Van april tot eind juni 2026 vond in het UMC Utrecht een succesvolle pilot plaats met een systematische werkwijze voor het herdiagnosticeren van diabetes type 1. De betrokken artsen reageerden enthousiast en in korte tijd werden een aantal patiënten al opnieuw gediagnosticeerd. Dat is goed nieuws, want dit heeft grote impact op het leven van een diabetespatiënt.
Waarom is een herziening van de diagnose type 1 diabetes nodig?
“We weten uit onderzoek dat bij ongeveer 5% van de mensen de diagnose niet klopt en er bijvoorbeeld sprake is van type 2 diabetes of een erfelijke vorm van diabetes. Dat zijn heel andere ziektes waar ook andere medicatie bij hoort. Natuurlijk denken artsen daar wel over na, maar niet zo systematisch als wij nu in dit project doen.”
Hoe is de pilot verlopen?
“Heel goed. In drie maanden tijd hebben we drie mensen opnieuw gediagnosticeerd en dat had belangrijke beleidsconsequenties, zoals het aanpassen van de medicatie. Op zich was het herdiagnosticeren niet het doel van de pilot, want we weten dat het werkt uit eerder onderzoek, het doel was om te onderzoeken of de werkwijze werkt.”
Nieuwe werkwijze
Volgens de nieuwe werkwijze verschijnt in het epd bij elke jaarcontrole van iemand met diabetes type 1 een nieuw verplicht invulveld met de vraag of de patiënt binnen de inclusiecriteria voor herdiagnose valt. Als dit het geval is, worden er aanvullende bloedwaardes gemeten tijdens het bloedonderzoek dat standaard bij het volgende polibezoek van de patiënt wordt uitgevoerd. Na de uitkomsten van het aanvullende bloedonderzoek doorloopt de arts een specifiek stroomschema om de diagnose te bepalen.
Wat vinden de patiënten hiervan?
“Bij een van de patiënten die toch type 2 blijkt te hebben, ben ik de insuline aan het afbouwen en gestart met medicatie voor type 2 diabetes. Hij is heel blij dat zijn glucose hiermee nu beter is geregeld.”
De pilot is eind juni afgelopen, wat is nu het plan?
“We evalueren de werkwijze met de artsen die hebben deelgenomen. Iedereen is heel enthousiast, dus waarschijnlijk is de uitkomst dat het werkt en we kunnen opschalen. We zijn al in gesprek met het St. Antonius en het Diakonessenhuis om te kijken hoe we deze werkwijze daar het beste kunnen invoeren.”
Wat is er zo anders aan de werkwijze?
“Bij iedere patiënt met type 1 en bij elke jaarcontrole wordt nu nagegaan of de diagnose nog klopt. Hiervoor doorloop je altijd een vast stroomschema.”
Wat zijn de uitdagingen?
“Een goede overdracht naar de huisarts van mensen die toch type 2 blijken te hebben is essentieel, niet alleen via een brief maar ook telefonisch. Dat is ook de input van de betrokken kaderhuisarts.”
Wat levert deze nieuwe werkwijze op?
“Vooral betere zorg door een goede diagnosestelling en de juiste behandeling. Het is ook fijn dat mensen terug kunnen naar hun huisarts en dus dichter bij huis worden behandeld en gemonitord.”
Hoe ben je bij de Utrechtse Fabriek betrokken geraakt?
“In de regio bestond al een sterke samenwerking tussen internisten, en kaderhuisartsen. We zien elkaar vier keer per jaar op regioavonden en ook tussendoor spreken we elkaar geregeld. Toen de Utrechtse Fabriek voorbijkwam, leek ons dat een uitstekende mogelijkheid om de zorg te verbeteren voor patiënten met diabetes. Het versterkt nog verder de band tussen de internisten, huisartsen en kaderhuisartsen.”
Wat drijft jou als arts?
“De combinatie onderzoek en kliniek is geweldig. Hiermee kan ik het beste bewijs dat we hebben direct in de praktijk toepassen. Daarbij is het vakgebied diabetes volop in ontwikkeling. De wetenschap gaat ongelooflijk snel en er komen heel snel nieuwe behandelingen beschikbaar. Nieuwe technieken, zoals de insulinepompen, en nieuwe medicijnen, zoals GLP1-receptor agonisten en alle nieuwe varianten daarvan, maken echt het verschil.”

Over Thomas van Sloten
Thomas van Sloten studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Maastricht en epidemiologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zijn opleiding tot internist volgde hij in het Maastricht Universitair Medisch Centrum en het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven. Sinds 2022 werkt hij als internist-vasculair geneeskundige bij de afdeling Vasculaire Geneeskunde & Endocrinologie in het UMC Utrecht. Hij combineert hij de zorg voor patiënten op de polikliniek Vasculaire Geneeskunde en Diabetes met het doen van onderzoek. Voor zijn onderzoek ontving hij verschillende beurzen van onder meer het Diabetes Fonds.