Beweegzorg: flexibel experimenteren

Lodewijk van Rhijn is binnen de Utrechtse Fabriek voor Zorgtransformatie medisch coördinator Beweegzorg 50+. Hij vertelt wat hij doet en hoe dat aanpakt.
In Maastricht zette hij ‘Het Beweeghuis’ op, een transmuraal netwerk rondom patiënten met gewrichtsklachten. Iedereen die met beweegzorg bezig is, pakt daar zijn rol. Inmiddels werkt Lodewijk van Rhijn vier jaar in het UMC Utrecht en probeert hij als hoogleraar Orthopedie ook in Midden-Nederland iets dergelijks op te zetten – met kleine stappen. Binnen de Utrechtse Fabriek voor Zorgtransformatie is hij medisch coördinator Beweegzorg 50+.
Wat heeft ‘Het Beweeghuis’ concreet opgeleverd?
“Het Beweeghuis is bewezen beter voor de patiënten, levert minder druk op voor de huisartsen en betere begeleiding door de fysiotherapeuten. Voor elke geïnvesteerde euro krijg je vier euro terug. Dit hebben we bereikt door de opzet van een verlengde, anderhalvelijnspoli, waar orthopeden, dedicated fysiotherapeuten en kaderhuisartsen samenwerken met Maastricht Sport. Dat is een gemeentelijke organisatie die beweeg- en sportprogramma’s aanbiedt voor jong en oud. Door die samenwerking komt maar liefst 98% van de mensen met bewegingsarmoede in een beweeggroep in hun eigen wijk en is in het ziekenhuis ruimte gemaakt voor derdelijns patiënten.”
Hoe geef je beweegzorg vorm binnen de Utrechtse Fabriek?
“We beginnen klein met maximaal vier projecten, use cases noemen we die. Een ervan is stepped-care artrose, een op maat gemaakte aanpak voor artrosepatiënten. Ook jicht is een use case, een relatief kleine, maar wel een hele leuke omdat deze zo overzichtelijk is en een duidelijke win-win oplevert voor zowel de huisarts als de reumatoloog. Het idee is dat een patiënt met acute jicht snel door de reumatoog kan worden gezien en weer teruggaat naar de huisarts voor het instellen van de medicatie.”
Wat is de grootste uitdaging?
“Het goed opzetten van een netwerk, waarin alle partijen vertrouwen hebben in elkaar en dezelfde taal spreken. Hierbij is de hoeveelheid een behoorlijke uitdaging, want in Maastricht had ik te maken met maar één huisartsenorganisatie, één fysiotherapeutengroep en één UMC dat ook de tweelijnszorg deed. Hier is dat veel complexer met meer groepen, meer inzichten, meer belangen en andere prioritering. Maar de eerste klapper is dat het beweegzorg in het regioplan staat en een van de tien transmurale zorgpaden is die we binnen de Utrechtse Fabriek oppakken. Daar ben ik heel blij mee.”
Wanneer is het succesvol voor jou?
“Als we echt de ruimte krijgen om te experimenteren met het verschuiven van de zorg – en de daarbij horende richtlijnen – en de kleine successen gebruiken om iets groters neer te zetten. Dat er een netwerk staat waar de verschillende zorgverleners samenwerken, op zo’n manier dat de mensen met klachten aan het bewegingsapparaat ook toestaan dat ze bijvoorbeeld naar een beweeggroep of fysiotherapeut worden verwezen in plaats van naar de huisarts of orthopeed.”
“Bewegen is goed voor alles: psyche, hart, vaten, bloed. Mensen worden er op alle aspecten beter van.”
Hoe zie je jouw rol?
“Ik zie mezelf als aanjager en als oliemannetje, want ik ken het netwerk, in ieder geval vanuit de fysiotherapeuten en orthopeden en gedeeltelijk vanuit de huisartsen. We moeten beweegzorg gewoon aanpakken in de regio en vanuit mijn achtergrond weet ik dat dat kan. Er zijn hier veel lokale initiatieven en er is hier voldoende enthousiasme, maar we kennen elkaar nog onvoldoende. Dus daar is nog werk aan de winkel.”
Waar hoop je over een jaar te staan?
“Dan hoop ik een aantal use cases up and running te hebben. En ik hoop dat de verschillende groepen die in deze regio direct met bewegen bezig zijn elkaar makkelijker kunnen vinden. Niet per se in de fysieke consulten, maar in de manier van hoe wij denken deze groep mensen het beste te kunnen opvangen. Dat kan per wijk verschillend zijn, Overvecht wordt bijvoorbeeld anders dan Utrecht centrum.”

Over Lodewijk van Rhijn
Lodewijk van Rhijn rondde zijn opleiding tot orthopedisch chirurg in 1996 af in het OLVG in Amsterdam en het WKZ in Utrecht. Daarna werkte hij in het MaastrichtUMC+. Hier zette hij in samenwerking met de regio het transmuraal bewegingscentrum ‘Het beweeghuis’ op om de zorg rondom bewegen binnen en buiten het ziekenhuis eigentijds te organiseren. In 2022 maakte Lodewijk de overstap naar het UMC Utrecht, waar hij afdelingshoofd en hoogleraar Orthopedie is. In zijn opdracht is onder meer veel aandacht voor health care organisation.